mijn nieuwe project in Leusden: klik op eurowoningen
------------------------------------------------------------------
mijn nieuwe project in Leusden: klik op eurowoningen
------------------------------------------------------------------
Harald Jordan in zijn boek 'Het creëeren van krachtruimten':
Iedere architectuur, iedere woonruimte, iedere plek is een gebaar en ‘staat’ voor iets. Ieder woord is meer dan alleen de informatieve inhoud. Een huis dient niet alleen als beschutting en tot behoud van het lichaam, als veilige plaats voor de dingen die voor ons van belang zijn, als beschermend omhulsel tegen wind, koude, hitte en regen en tegen de inkijk en ingreep van andere mensen. Omdat de ontmoeting met God steeds minder gemeenschappelijk en in kerken plaatsvindt, wordt ook het sanctum (heiligdom) steeds vaker naar afzonderlijke ruimten, en dus onze eigen ruimte, verplaatst. De spreuk van Eliade verkrijgt daarmee voor ons een nieuwe kleur: iedere ruimte, iedere woning en ieder huis wordt tot het eigen sanctum. Het huis wordt vaak de derde huid van de mens genoemd. De huid heeft de eigenschap uit te ademen wat verbruikt is, de reststoffen, en bij het inademen schadelijke stoffen uit te filteren. Een gebouw is er niet plotseling en een flits; het ontstaat langzaam, het groeit. Ook de mens groeit, komt tot wasdom, wordt volwassen. Bij de indianen werden huizen als levende wezens gezien. Wanneer ze bouwvallig werden, dus stierven, werden ze gesloopt of verbrand en opnieuw gebouwd. Wij hebben geen aangeboren gevoel voor ruimte. We zijn zonder oriëntatie en richting de wereld in geworpen, in een systeem waarin we eerst zelf de weg moeten zien te vinden. Wat ons niet van nature is gegeven, kunnen we in ons mens worden door ervaring verkrijgen. Waarneming van de ruimte ‘vormt’ ons, maar wel door middel van de ruimten die we zelf gestalte geven. De impulswet zegt dat iedere toestand reeds de daaropvolgende toestand in zijn ontwikkeling als impuls in zich bergt. Dit is van belang voor de uitwerking die vormen op ons hebben, want het betekent dat in de punt reeds de lijn, in de lijn reeds het vlak, in het vlak reeds de ruimte en in de ruimte reeds de tijd in aanleg aanwezig is. Wanneer je met uitgespreide armen staat en daardoor het vlak van een vierkant aangeeft door middel van een door armen en lichaam gevormd kruis, dan ben je ook al een kubus, dus een ruimte. Ben je een ruimte, dan sta je al met een voet in de tijd. Zo manifesteert zich de voor ons zo belangrijke verwevenheid van ruimte en tijd. De mens stelt zichzelf grenzen bij het waarnemen van zijn omgeving. Wanneer hij de impulswet ter harte nam, zou hij innerlijk rijker worden, omdat hij vanuit zijn gebruikelijke voorstelling van een beeld ook de ‘achterliggende’ verruiming van een verschijnsel zou waarnemen. Wanneer een ruimte die ons omgeeft voldoet aan onze innerlijke wetten - van harmonie, van de ziel en van energie -, dan harmoniseert en verandert die ruimte ons. Wij zijn zelf ruimte en nemen ruimte waar; wij laten haar ontstaan door beweging. Met beweging bedoel ik hier de gebaren die wij met ons lichaam maken en het lopen in de ruimte zelf. Door het ver-loop van tijd in de ruimte, door het vergane en de her-innering ontstaan er in ons een gevoel van ruimte. Alleen in het denken, allereerst op een abstract niveau, kunnen wij de ruimten die wij zelf zijn waarnemen. Vormgeven kunnen we een ruimte pas wanneer we ons eigen lichaam kennen en weten wat het voortbrengt en bewerktstelligt. De ruimte, de woning, het huis en de tempel kunnen wij pas onderscheiden en vormgeven wanneer wij ons eigen lichaam ervaren als bestaande in ruimte en tijd. Want in de mens en zijn lichaamsgestalte is de omgeving in aanleg aanwezig. Hij kan alleen onderscheiden wat hij zelf is. Een Russische pelgrim zocht op zijn tocht een beroemde priester op. In de kamer van de priester stonden alleen een tafel, een stoel en een bed. Terwijl hij zich over deze karigheid verwonderde, vroeg de priester: ‘Wat draag jij met je mee?’ ‘Wel, ik ben een pelgrim en hier alleen op doorreis.’ Waarop de priester zei:’Ik ook’. De noodzakelijke leegte van een ruimte houdt verband met het streven om de kracht van ritmen in leven te integreren en daarmee in onze woonomgeving. Dit appelleert direct aan ons gevoel thuis te willen zijn in een ruimte. Een lege ruimte kan ook bang maken. Een ruimte die leeg gemaakt is, gaan we vaak enigszins onzeker binnen. De vraag dient zich aan of dingen en meubels er alleen maar zijn om de angst voor leegte te overwinnen. De lege ruimte schenkt het huis de kracht van het mysterie. In sprookjes is het de afgesloten kamer die de fantasie van het kind stimuleert, zodat het zich openstelt voor het mysterieuze in zichzelf. De kracht van het verborgene, van de verboden kamer uit het sprookje, kan zich manifesteren door middel van een ruimte, zoals een vergeten kamertje op zolder, maar ook door een kast of kist waar het kind niet in kan. Ook als een plaats niet toegankelijk is, is hij werkzaam. De volgende ruimte, de komende gebeurtenis, krijgt al middels de deurkruk een tastbare vorm, ook door een symbool of afbeelding op de deur. De overgang van de ene ruimte naar de volgende is als de pauze tussen het in- en uitademen. Zo heeft iedere ruimte zijn eigen karakter. Door het achteloos openen van een deur kunnen de energieën van een ruimte worden vervaagd en gestoord; menig entree in een ruimte is als een inval. Het respecteren van een ruimte maakt ons respectabel. Het gebaar waarmee wij de deur openen heeft een uitwerking op de ruimte, die op zijn beurt een uitwerking op ons heeft. De tegenwoordig gangbare, beperkte architectonische voorschriften voor deuren onderschatten de eigen kracht van een ruimte door stereotype deuren en drempels aan te willen brengen.
| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |
Laatste reacties